Beleggingen | Algemeen

April was een goede maand voor de aandelen. De hoop op een positieve uitkomst van de Amerikaans-Chinese onderhandelingen over de handel zorgde voor oplopende koersen in de Verenigde Staten.

Goede cijfers over de Chinese economie van begin deze maand bevestigden de positieve uitwerking van de overheidsmaatregelen. Dit was ook zichtbaar in de groei van de Chinese economie in het eerste kwartaal: 6,4%. Het was beter dan verwacht maar toch onder de 6,8% van hetzelfde kwartaal een jaar geleden.

De Verenigde Staten verrasten ook positief met de economische groei in het eerste kwartaal, maar liefst 3,2% op jaarbasis, waar de verwachting net boven de 2% lag. Dit was ook zichtbaar in de cijfers van nieuwe banen, elke maand een belangrijke barometer voor de economie. Ook hier beter dan verwacht.

In contrast hiermee was de voorspelling van het Internationaal Monetair Fonds, die een lagere taxatie voor de wereldgroei bekend maakte. Nu is het IMF niet altijd de meest nauwkeurige voorspeller, maar het tempert wel de verwachtingen. De verwachte groei van dit jaar is 3,3%, de laagste sinds de financiële crisis in 2008.

De Brexit rommelde zoals verwacht voort. De Britten hebben nu de tijd gekregen tot 31 oktober dit jaar. Dit verkleint de kans op een Brexit zonder goede afspraken, maar gezien de puinhoop tot nu in de Britse politiek blijft het de vraag of extra tijd nog gaat helpen. Wij hebben op dit moment nauwelijks posities in Britse aandelen.

Aan de rentekant was meer stabiliteit. De 10-jaars rente in de VS blijft stabiel rond de 2,50%. In Europa kunnen we daar als beleggers jaloers naar kijken, hier ligt het meer rond de 0%. Interessant was de opmerking van één van de beleidsmakers van de Amerikaanse Centrale Bank. Hij zei dat na jaren van lage inflatie een hogere inflatie komende jaren geen probleem zou zijn. Kortom: geen paniekreactie als de inflatie eens wat hoger komt te liggen. En daardoor ook langer de huidige lage rente.